U bent hier

Leon over regels en hiërarchische systemen

Veel mensen ervaren heel veel nut van een gestructureerde en hiërarchische omgeving. Voor mij is dit de snelste weg naar het leven van een hersendode.

Het eenvoudige feit dat iemand zich manager mag noemen is voor mij geen voldoende voorwaarde om iemand zijn gezag te erkennen. Het feit dat iemand inzicht en visie uitstraalt én mijn capaciteiten erkent en gebruikt helpt dan weer wel. Daarom had ik het onder andere lastig tijdens mijn dienstplicht in het leger en ging ik constant (en vruchteloos) in discussie met mijn hiërarchische oversten.

Het is frappant om te zien dat bedreigde meerderen schermen met betweterigheid en op die manier hun positie misbruiken. Toen mijn directeur me verweet steeds het laatste woord te willen hebben vroeg ik hem of hij zichzelf ook dat verwijt zou maken als dat van toepassing was. Toen hij tijdens een andere meeting me publiekelijk verweet een betweter te zijn, zei ik hem dat hij dat alleen maar kon zeggen omdat hij als betweter gefaald had en op dat vlak dus zijn meerdere gevonden had. In beide gevallen begreep hij eerst niet goed wat ik bedoelde. Daarna mocht ik dan een rondje management-talk uitzitten en blij zijn dat ik niet op staande voet mocht vertrekken. 

Wat de meeste managers ook mogen beweren, weinigen kunnen omgaan met de creativiteit van hun medewerkers. Ofwel beschouwen ze de creativiteit als bedreiging, ofwel begrijpen ze er niets van. In grotere organisaties bedreigt de creativiteit niet per se personen, maar eerder structuren. Dus worden er regels opgelegd om die structuren te beschermen. Als ik in zo’n omgeving terecht kom, ontstaat er een bipolaire situatie. Enerzijds kan ik het niet laten om nieuwe ideeën of inzichten te genereren. Anderzijds vinden die ideeën geen voedingsbodem en mummificeren ze. Ik probeer dus wel te functioneren en probeer met creatief geweld terug ruimte te maken voor creativiteit en ontplooiing, maar moet uiteindelijk het onderspit delven. Wat voor mezelf erg vreemd is dat ik zeer snel alles doorzie, inclusief de strategische keuzes van anderen, maar dat ik niet kan doorgronden hoe collega’s zich in die omgeving handhaven en zich zelfs conformeren of kunnen verstoppen zonder tegen de lamp te lopen. Mij zou het niet lukken…

Mijn moeite met hiërarchisch gezag en regels gaat erg ver. Ik heb een onbedwingbare aversie om taken die een manager mij oplegt uit te voeren, zelfs al betreft het een opdracht waar ik voor zou staan springen. Als de bevelende manager niet mijn respect heeft, is het erg moeilijk om ook maar iets te doen. Ik heb dit bij mezelf geobserveerd in de volgende situatie. Ik ging in dienst bij een organisatie en het was al snel duidelijk dat mijn directeur die positie niet had verworven door vakbekwaamheid. Ik werkte hard, maar werd steeds geconfronteerd met onbegrip. Die man leek niet te begrijpen waar ik mee bezig was, wat mijn competenties zijn en wat ik bedoelde wanneer we met elkaar praatten. Toen er een nieuwe collega bijkwam ging het volledig bergaf. Terwijl mijn directeur niet begreep wat ik bedoelde, was de nieuwe collega meester in het recycleren van mijn ideeën en daar de credit voor te incasseren. In plaats van het spel mee te spelen sprak ik mijn directeur hier over aan. Ik mocht de zoveelste management speech aanhoren en ik werd verwijt jaloers te zijn. Het gevolg was dat mijn collega werd geroemd om haar strategische inzichten (die eigenlijk de mijne waren, ik kan het niet laten ideeën en inzichten te ventileren). De projecten waar ik mee bezig was werden gebagatelliseerd en ik raakte gedemotiveerd. Uiteindelijk ben ik moeten vertrekken omdat ik me openlijk begon uit te laten over de heersende vriendjespolitiek. Tijdens mijn exitgesprek gaf de HR-manager toe dat er een probleem was van vriendjespolitiek en dat ik dat probleem al had gemeld kort na mijn aanwerving (5 jaar daarvoor), maar dat ze er toen en nu nog steeds niets aan kan doen. Het hoort er gewoon bij. Ondertussen heb ik begrepen dat mijn projecten nu de uithangborden van de organisatie zijn.  

De moeite die ik heb met gestructureerde organisaties werkt overigens in twee richtingen. Ik vind het zeer moeilijk om iemand orders te geven. Vooral als het gaat over jobs die voor mij minderwaardig, minder aantrekkelijk of gewoon saai zijn. Ik vind het dan oneerlijk om die jobs naar beneden door te duwen vanuit het idee dat als ik het maar niets vind, dat de andere wellicht ook niets zal vinden. Op de duur doe ik het dan liever zelf en zal zelfs proberen de andere op te krikken. Hierdoor ontstaat een risicovolle situatie.