U bent hier

Machtel - over de lat hoog leggen

De lat hoog leggen? Dat herken ik wel. Het is een constante in mijn leven, een continu balanceren op een slappe koord. Soms voelt het aan als een grote sterkte, soms als een grote valkuil. Het is een voortdurende bron van stress en frustratie.

Als kind al stelde ik mezelf hoge doelen. Zo herinner ik me bijvoorbeeld dat we op CM-kamp waren in Zwitserland. Iedere dag hadden we de keuze tussen lichte, middelzware of zware wandelingen. Bijna alle kinderen kozen voor de lichte wandelingen, maar ik koos steevast voor de hoogste bergen. Het was afzien van het begin tot het einde en eigenlijk beleefde ik er weinig plezier aan. Maar de drang was sterker dan mezelf. Het was gewoon geen optie om niet te kiezen voor de zwaarste wandelingen. Het grootste plezier kwam ook pas achteraf: het besef dat je ‘het gedaan had’, dat het doel bereikt was. Daar was ik dan best wel fier op.

Op school wou ik ook altijd de beste zijn. Ik kende mijn cursussen tot in de puntjes en stak met kop en schouder boven de anderen uit. Dat ik daarvoor heel wat uurtjes moest kloppen, beschouwde ik op dat moment als een evidentie. Net zoals iedereen vond ik studeren niet echt prettig, maar de beloning van de goede punten werkte verslavend. Uiteindelijk heeft die werkijver mij ook geen windeieren gelegd. Aan de universiteit behaalde ik mooie resultaten waardoor ik de kans kreeg om 10 jaar in het wetenschappelijk onderzoek mee te draaien in binnen- en buitenland. Gedurende die jaren was mijn streven naar perfectie wel degelijk een sterkte en heb ik er heel wat plezier aan beleefd!

Daarna kwam ik in het bedrijfsleven terecht en werd het mij al snel duidelijk dat ik mijn ambities moest leren bijstellen. Ik heb namelijk de neiging om niet alleen voor mezelf maar ook voor anderen de lat heel hoog te leggen. In teamverband wordt je dat niet altijd in dank afgenomen. Ik kan niet rusten vooraleer alles tot in de breedte en diepte perfect in mekaar zit, waardoor projecten al gauw een grotere omvang nemen of meer tijd vergen dan oorspronkelijk gedacht. Ik moet in zo’n situatie ook voortdurend de neiging onderdrukken om niet alles zelf te gaan doen om zeker te zijn dat alles volgens mijn (te hoge) normen gebeurt. Dit kan bij collega’s wel eens weerstand oproepen of voor onderlinge frustratie zorgen.

Ook voor mij persoonlijk vormt het streven naar perfectie soms een grote bron van stress. Zo heb ik een aantal jaren geleden een tijd gewerkt aan een project rond financiële fraude. Een aantal gerenommeerde medewerkers in het bedrijf werden ervan verdacht op financieel vlak over de schreef te zijn gegaan en ik werd samen met een collega gevraagd om de aantijgingen te onderzoeken. Al heel snel werd duidelijk dat mijn collega en ik op verschillende snelheden aan het werken waren. Voor mij was het evident dat we alle informatie eerst tot op de bodem zouden uitspitten vooraleer we met conclusies naar buiten zouden komen. De reputatie en de carrière van de ‘verdachte’ medewerkers stonden immers op het spel. Mijn collega en ook het management waren echter van mening dat de minste aanwijzing van potentiële fraude onmiddellijk moest worden gerapporteerd, om erger te voorkomen. Dit bracht bij mij een groot innerlijk conflict teweeg: ik werd continu heen en weer geslingerd tussen mijn eigen drang om heel diep te gaan in de materie (om zeker geen foute conclusies te maken), en de druk die van buitenaf op mijn schouders werd gelegd om alles zo snel mogelijk naar buiten te brengen. Dag en nacht, 7 dagen op 7, heb ik toen gewerkt om mijn eigen torenhoge verwachtingen te kunnen rijmen met die van mijn omgeving. Ik stond voortdurend onder ‘hoogspanning’, zelfs vakanties moesten wijken. De verdachte medewerkers zijn uiteindelijk op basis van financiële fraude ontslagen. Mijn collega en ik werden hiervoor uitgebreid beloond binnen het bedrijf. Eind goed al goed zou je denken, maar het hele project heeft me wel tot op de rand van de totale uitputting gebracht.

Het hele voorval heeft me heel wat inzichten gegeven in mijn eigen functioneren. Ik stel nog dagelijks vast dat mijn normen vaak hoger liggen dan die van anderen, maar gaandeweg heb ik leren accepteren dat ik moet leren ‘loslaten’. Als ik zie hoe sommige collega’s presentaties maken en daarmee ook naar buiten durven komen, dan gaan mijn haren recht overeind staan: geen enkele aandacht voor lay-out of vormgeving, weinig structuur in het verhaal. Als ik dan merk dat die collega’s daar zelf geen enkele hinder van ondervinden en perfect gelukkig zijn met wat ze doen, dan denk ik steeds vaker bij mezelf: ‘wie ben ik om daar iets aan te willen veranderen’. Ik probeer nu voor mezelf de lat wat lager te leggen, en ook mijn verwachtingen naar collega’s toe naar beneden toe bij te stellen. Dit maakt een wereld van verschil want ik frustreer me niet meer heel de tijd aan wat anderen afleveren. Het is gewoon een prettigere manier van (samen)werken.

In mijn dagelijkse leven heb ik ook mijn normen leren bijstellen. Als ik zie hoe relaxed mijn kinderen door het onderwijs fietsen, zonder de drang naar ‘de beste te willen zijn’ en hoge punten te willen halen, dan denk ik vaak: ‘had ik dat vroeger ook maar gekund’. Door de lat hoog te leggen heb ik ongetwijfeld kansen gekregen die anderen niet hebben gehad en heb ik dingen beleefd die anderen niet hebben beleefd. Dat heeft me in het leven heel wat voldoening gegeven en ik ben zeker trots op een aantal dingen die ik heb bereikt. Maar er zit ook een keerzijde aan de medaille. Je legt een loodzware druk op je eigen schouders (en die van anderen) waardoor stress en uitputting voortdurend op de loer liggen. De onzekerheid die de hoge verwachtingen met zich meebrengen werkt ook vaak verlammend: wanneer is iets af, wanneer is iets goed genoeg? Ik kan blijven sleutelen aan mijn eigen ‘creaties’ en oneindig diep blijven graven in bepaalde materie, waardoor krappe deadlines een continue bron van stress zijn. En dat is het zeker niet altijd waard.

Het blijft met andere woorden voortdurend balanceren op een slappe koord.

“Je geeft nog steeds een hele positieve indruk. Je werkt heel aandachtig maar (te?) traag. Ligt dit aan het feit dat je zo veeleisend bent voor jezelf?” Uit een rapport in het 4de leerjaar van de basisschool