U bent hier

Ik ken geen hoogbegaafd persoon

Als we vertrekken vanuit het onwaarschijnlijke maar in de maatschappij levend referentiekader dat (hoog)begaafde personen automatisch succesvol zijn, gekoppeld aan beelden als Einstein en Steve Jobs, dan kennen inderdaad weinig mensen een (hoog)begaafd persoon ...

We moeten ons bewust worden dat (hoog)begaafdheid meer is dan alleen maar een hoog IQ. Naast een cognitief luik is er ook een gevoels- en zijnsluik dat in hoge mate het bewustzijn van een (hoog)begaafd persoon beïnvloedt.

 

Als gevolg van een onwetendheid en onzekerheid over hun eigen denkpatroon komen ze op de werkvloer eerder onzeker over, met een zekere bescheiden houding. Ze willen zich niet opdringen, houden zich eerder op de achtergrond en durven hun mening of idee niet naar voren brengen. Hun oplossingen zijn vaak al ver doorgedacht of al vroeg (te) ver uitgewerkt waardoor collega’s en leidinggevenden vaak niet mee zijn in hun gedachtegang. Dit versterkt opnieuw hun onzekerheid en knaagt aan het zelfvertrouwen. De spiegel die ze terugkrijgen van collega’s klopt niet met hun eigen denkpatronen.

 

(Hoog)begaafdheid zie je niet aan de buitenkant. De rijk gevulde innerlijke denk- en voelwereld van een (hoog)begaafd persoon krijgen we pas te zien als we openstaan voor de creatieve denkpatronen die zij aanbieden. (Hoog)begaafden zijn vaak zo gewend om zich aan te passen aan hun omgeving, dat ze als een kameleon door het leven trekken. Ze willen hun ‘anders’ zijn verstoppen en vermijden dat ze opvallen of in het oog springen. Het is pas als ze het jasje van de kameleon willen uitdoen, dat we hun ware aard leren kennen. Niet zelden oefenen zij in het dagelijks leven een voor hen weinig prikkelende job uit die ze op automatische piloot vervullen. Eenmaal thuis ontpoppen zij zich in het beste geval tot een programmeur van spelletjes, een ingenieur die op schaal bruggen nabouwt op zolder, of een astronoom die ganse nachten de hemel afspeurt naar verborgen werelden. Voor vele (hoog)begaafde volwassenen is ‘thuis’ een veilige haven, waar ze hun masker kunnen laten vallen en zichzelf kunnen zijn. Het is een plek waar ze hun batterijen kunnen opladen, iets wat ieder individu nodig heeft.